Do’s en don’ts bij burn-out: de bedrijfsarts

Ik deel weer heel graag een artikel van Carolien Hamming, directeur van het CSR centrum.

Wat zeg je tegen je bedrijfsarts?
Als je burn-out1 bent en je kunt niet werken, dan nodigt de bedrijfsarts je uit voor een bezoek. Hij wil onderzoeken waarom je niet kunt werken en zal met je bespreken hoe je zo snel mogelijk weer beter kunt worden.
Hij vraagt hoe het met je gaat. Jij antwoordt dan misschien zoiets als dit:

Het gaat niet goed. Ik ben vaak gestrest. Ik zie overal tegenop. Eigenlijk is alles me teveel. 

Je vertelt over je lichamelijke gesteldheid en emoties, want je voelt je ellendig. Je verwacht dat de bedrijfsarts je uitleg snapt. En gelukkig is dat meestal ook zo. Maar als je pech hebt, begrijpt hij wel dat je problemen hebt, maar niet dat je ziek bent. Hij kan het bijvoorbeeld houden op ‘emotionele problemen’ … en waarom zou je daardoor langere tijd niet kunnen werken?

Het stellen van de diagnose burn-out is niet zo makkelijk. Er bestaat bovendien in de beroepsgroep geen brede consensus over de onderliggende oorzaken en de beste behandeling ervan.2 De mening van de ene bedrijfsarts over wat er aan de hand is, kan dus nogal verschillen van de andere.

Om te voorkomen dat de bedrijfsarts je klachten verkeerd interpreteert en onjuiste conclusies trekt, is het dus belangrijk dat je goed omschrijft wat er met je aan de hand is.

Vertel de bedrijfsarts daarom zo precies en concreet mogelijk wat je mankeert en hoe je momenteel (dis)functioneert.
Om je daarbij te helpen geef ik je onderaan deze blog een overzicht met bespreekpunten waarmee je het gesprek met de bedrijfsarts kunt voorbereiden. Daarnaast heb je misschien iets aan de volgende twee tips.

Tip 1 – Geef je klachten een cijfer
Hoe ernstig zijn je klachten precies? Dat kun je concreter maken door je klachten een cijfer te geven tussen 1 en 10. Een 1 als je geen klachten hebt, een 10 is ondragelijk. Geef een cijfer voor hoe het nu is en een cijfer voor hoe het was (toen alles nog ‘normaal’ was). Zoiets als dit:

Ik voel me de hele dag gestrest en opgejaagd. Dat had ik vroeger veel minder. Als ik mijn dagelijkse stress een cijfer moet geven tussen 1 en 10, dan zou ik zeggen dat het nu een 9 is en vroeger een 2 of een 3.

Tip 2 – Meet je concentratievermogen
Om te kunnen functioneren op je werk is het belangrijk dat je je aandacht erbij kunt houden. Je moet je kunnen concentreren om te kunnen functioneren. Juist je aandachts- of concentratievermogen werkt niet goed meer bij een burn-out. Daarom is het belangrijk om daarover te vertellen.

Hoe het met je concentratievermogen gesteld is, kun je zelf testen: zet de stopwatch op je smartphone aan (of kijk op de klok) en begin dan met het lezen van de krant of een boek. Als je je aandacht er niet meer bij kunt houden en de draad van het verhaal verliest, stop je de stopwatch. Hoe lang heb je het volgehouden? Dat is je maximale concentratieboog. In het begin van een burn-out is de concentratieboog vaak heel kort, nog geen minuut. Naarmate je herstelt zul je merken dat je vermogen om je te concentreren ook verbetert.

De bedrijfsarts werkt volgens een richtlijn: dat kan je extra stress bezorgen.
In de Richtlijn Overspanning en Burnout staat hoe de bedrijfsarts, huisarts en psycholoog stressklachten moet diagnosticeren en welke begeleiding de voorkeur heeft. De richtlijn maakt geen onderscheid tussen (lichte) stressklachten en overspanning of burn-out. Dat kan problemen geven als je burn-out bent. De voorgeschreven begeleiding is namelijk vooral geschikt voor mensen met stressklachten. Ik licht de twee meest voorkomende knelpunten er voor je uit.

Knelpunt 1: “Pak je problemen aan”
Om je te helpen herstellen zal de bedrijfsarts je – na een korte periode van rust – vragen na te denken over de problemen die je zo veel stress bezorgden. En erover te schrijven, want dat kan helpen om structuur aan te brengen. Als je duidelijker voor ogen hebt welke problemen spanning veroorzaakten, kun je proberen ze op te lossen. Maar nu op een andere manier dan je eerder deed. Bij lichte stressklachten kan dit een adequate aanpak zijn.

Bij een burn-out werkt dat niet: je brein is ontregeld en je bent uitgeput.

Daardoor zijn er andere problemen ontstaan: je hoofd is een zeef en je bent vermoeid; je kunt ook emotioneel labiel geworden zijn en depressief en angstig. Nadenken over je problemen is daarom een onmogelijke opgave. Als je het probeert, nemen de chaos en ellende in je hoofd alleen maar toe. Je raakt er nog gestresster van.

Dat is normaal als je burn-out bent.

Hier hoef je je dus geen zorgen over te maken3, zeker als je dit soort verschijnselen niet eerder hebt gehad. Onder invloed van chronische stress en overbelasting gaan boodschapperstofjes zoals serotonine en nor-adrenaline in je hersenen disfunctioneren4. Door onze lange ervaring met de behandeling van deze burn-outklachten (meer dan 15 jaar) weten we dat deze meestal ‘vanzelf’ verdwijnen als de uitputting afneemt5.

In de eerste fase van je burn-outherstel help je jezelf dus niet door intensief na te denken over de mogelijke de oorzaken en oplossingen van de problemen.

Maar wat helpt dan wel?

Als eerste maatregelen kun je het beste proberen de situatie te accepteren, rust in je leven te creëren, veel te slapen, regelmatig te leven, met mate te bewegen en ontspanningsoefeningen te doen. Vertel je bedrijfsarts hoe je hoofd momenteel werkt en dat je niet in staat bent om over je problemen na te denken. Vertel hem ook wat je wél doet om je herstel te bevorderen.

Knelpunt 2: “Je kunt starten met re-integreren”
De richtlijn streeft naar een snelle start van de re-integratie in het werk, liefst binnen een paar weken maar uiterlijk binnen 3 maanden. Langdurig rusten leidt tot vermijdingsgedrag, tot langdurig verzuim en arbeidsongeschiktheid. Werken helpt om te herstellen6, zo luiden de onderliggende overtuigingen. Veel bedrijfsartsen zullen burn-out patiënten daarom snel weer arbeidsgeschikt verklaren, eventueel met aangepaste uren en desnoods met aangepast werk6,7.

Re-integratie kan relatief snel gebeuren – mits je lichte stressklachten hebt, voldoende inzicht hebt gekregen in de oorzaken van je klachten en je weet hoe je die in de toekomst kunt voorkomen.

Bij een burn-out is het een ander verhaal.

Een burn-out vraagt veel hersteltijd. Je hebt immers langdurig roofbouw gepleegd op je lichaam en op je energiehuishouding; vaak meer dan een jaar. Los van alle andere klachten, functioneert het herstelvermogen van je lichaam niet meer zoals je gewend bent en heb je na inspanning buitensporig veel tijd nodig om op te laden.
Vertel de bedrijfsarts zo concreet mogelijk hoe het met je energie en herstelvermogen is gesteld.
Zo krijgt hij een goede indruk van je (on)mogelijkheden om je werk weer te hervatten. Vertel zoiets als dit:
Als ik 30 minuten achter de computer zit om mail te beantwoorden, voel ik me totaal opgefokt. Dat merk ik aan een verhoogde hartslag (die maar niet rustig wordt) en hoofdpijn. Ik voel me labieler en kan dan slecht prikkels van buitenaf verdragen (het geluid van messen en vorken die op de borden tikken is onverdraaglijk). Het duurt minstens een dag voordat ik hiervan bijgekomen ben.

… natuurlijk kun je dit niet allemaal onthouden.

Bereid daarom thuis – in alle rust –  je gesprek met je bedrijfsarts voor. Het overzicht met bespreekpunten hieronder biedt structuur en kan je daarbij helpen. Schrijf alle dingen die je wilt zeggen op en neem dit mee naar het spreekuur. En: neem een vertrouweling mee die je steunt tijdens het gesprek (en die kan onthouden wat de bedrijfsarts allemaal zegt).

Neem onderstaande lijst van bespreekpunten mee naar je bedrijfsarts.


Overzicht bespreekpunten bedrijfsarts bij burn-out 

Vertel de bedrijfsarts precies wat er met je aan de hand is

Hoe gaat het lichamelijk met je:
– Hoe gaat het met slapen (slaap je veel / weinig / heb je inslaap- of doorslaapproblemen)
– Bespreek je vermoeidheid (waar merk je aan dat je te moe bent en wanneer)
– Welke lichamelijke klachten heb je

Heb je psychische problemen:
– Ben je somberder dan normaal
– Ben je angstiger
– Heb je andere psychische problemen die je hinderen

Hoe emotioneel reageer je op dingen:
– Ben je emotioneel labiel
– Ben je snel geprikkeld, verdrietig of kwaad

Hoe werkt je hoofd:
– Kun je je concentreren
– Ben je vergeetachtig
– Kun je goed op woorden komen
– Heb je nog overzicht op de dingen die gebeuren
– Kun je activiteiten plannen
– Voel je je snel overprikkeld door geluiden

Hoe functioneer je op je werk/thuis en vertel vooral: waar gaat het mis
Als de bedrijfsarts je voorstelt om te re-integreren, maar je bent daar nog niet aan toe, vertel dan hoe je thuis functioneert, zoals:
– Hoe lang kun je je aandacht ergens bij houden (kun je de krant lezen, hoe gaat autorijden)
– Raak je snel overprikkeld (verdraag je het gekraak van een zakje chips naast je op de bank)

Hoe beleef je sociale activiteiten en hoe voel je je erna (geeft een gesprek met een bekende je ‘energie’)

Vertel de bedrijfsarts wat je doet om te herstellen.


NOTEN:
1. Om het eenvoudig te houden vat ik de ziektebeelden overspanning of burn-out samen met de term ‘burn-out’; de bedrijfsarts kan een hij of een zij zijn, maar noem ik ‘hij’.
2. Zie bijvoorbeeld het rapport van Dr. Anne Rongen e.a. van het Coronel Instituut/AMC uit 2015: Update van de kennis over overspanning en burnout: diagnose, prognose, interventies en patiëntenperspectief.
3. Als je wél eerder psychische problemen hebt gehad, kan diagnosticeren en genezen van burn-out ingewikkelder zijn. Als je alle mogelijke maatregelen hebt genomen om te herstellen maar merkbare verbetering blijft uit, of als je erg lijdt onder je klachten (je voelt je zwaar depressief, je blijft angstaanvallen houden, je staat dag na dag stijf van de spanning), is er mogelijk meer aan de hand en heb je de expertise van een psychiater en/of medicijnen nodig. Bespreek dit met je huisarts en vraag om een verwijzing. (NB: Een CSR-coach wil binnen 6 weken de eerste signalen zien van een beginnend herstel, anders gaan de ‘alarmbellen’ rinkelen omdat er wellicht (ook) iets anders aan de hand is.)
4. In zijn boek Het emotionele DNA (2017) legt emeritus prof. dr. Pierre Capel helder uit welke neurohormonale ontregelingen en schade in je lijf kan ontstaan als gevolg van chronische stress. Capel vertelt in dit boek ook over de helende activiteiten meditatie, yoga en sport.
5. Zie het artikel van Sonja van Zweden (2015) Waarom duurt burn-out zo lang. (uit het Tijdschrift voor Psychotherapie).
6. Deze aannames komen uit het Leidraad aanpak verzuim om psychische redenen (2001) van de Commissie Psychische Arbeidsongeschiktheid. De opdracht van deze commissie was om maatregelen voor te stellen waardoor het psychische verzuim sterk zou dalen. Het rapport beveelt aan om mensen met psychische klachten te activeren en zo snel mogelijk weer naar het werk te sturen. Dit zou een effectieve manier zijn om zowel de klachten te verminderen als om langdurig verzuim en arbeidsongeschiktheid tegen te gaan. Dit concept berustte op ‘groeiende ervaringen en inzichten’ (blz 2), maar was (en is nog altijd) wetenschappelijk zwak onderbouwd.
In het rapport worden de volgende kanttekeningen gemaakt: “Bij een deel van het verzuim ten gevolge van psychische ziektebeelden (bijvoorbeeld bij een ernstige burnout, een matige of ernstige depressie of bij overige psychiatrische beelden) bevordert werkhervatting in een vroeg stadium het herstel niet” (blz 11). Dit voorbehoud klinkt helaas niet door in de richtlijnen die daarna verschenen.
7. Vaak is een bedrijfsarts ook beducht voor het UWV, dat de werkgever sancties kan opleggen als een patiënt langer dan 2 jaar verzuimt. Het UWV beoordeelt of de bedrijfsarts de richtlijn correct gevolgd heeft (als hij is afgeweken van de richtlijn moet hij dus een goed verhaal hebben) en of hij de re-integratie niet ‘onnodig heeft belemmerd’ (lees: de patiënt niet snel genoeg heeft geadviseerd om te starten met de re-integratie).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *